www.spanish-language-school.info www.lenguaespanola.org www.spanischesprache.com www.coursespagnol.org www.ispanski.com www.espanhol.biz www.corsospagnolo.org

Spaanse Woorden

Spaanse woorden Leer Spaanse basis woorden en begin met het leren van spaans.

  • Spaanse Taal Home
  • Over ons
  • Spaanse Dialecten
  • Spaanse Woordenboeken
  • Spaanse Taal Feiten
  • Spaanse Forum
  • Spaanse Grammatica
  • Spaanse Geschiedenis
  • Banen Spaanse Taal
  • Taal Nieuwsbrief
  • Talen Scholen
  • Spaanse Literatuur
  • Spaanse Zinnen
  • Spaanse Producten
  • Verwante Sites
  • Spaanse Slang
  • spaans Onderwijs
  • Spaanse Vertaling
  • Spaanse Woorden
  • Spaanse Woorden

    Hier zijn een paar spaanse woorden die handig zijn bij de start van het spaans leren. We zijn van plan om het aantal woorden zo snel mogelijk te vermeerderen, als je op zoek bent naar een bepaald onderwerp, laat het me dan weten.

    Basis Woorden

    hallo: Hola
    dag: Adiós
    ja: Sí
    nee: No
    vriend(in): Amigo (m), Amiga (v)
    bedankt: Gracias

    Dagen van de Week

    maandag: lunes
    dinsdag: martes
    woensdag: miércoles
    donderdag: jueves
    vrijdag: viernes
    zaterdag: sábado
    zondag: domingo

    Maanden

    januari: enero
    februari: febrero
    maart: marzo
    april: abril
    mei: mayo
    juni: junio
    juli: julio
    augustus: agosto
    septermber: septiembre
    oktober: octubre
    november: noviembre
    december: diciembre

    Eten

    servet: servilleta
    vork: tenedor
    lepel: cuchara
    mes: cuchillo
    bord: plato
    water: agua
    brood: pan
    boter: mantequilla
    thee: té
    koffie: café
    zout: sal
    peper: pimienta

    Kleuren

    zwart: negro
    blauw: azul
    bruin: marrón, café
    groen: verde
    grijs: gris
    oranje: naranja, anaranjado
    roze: rosado
    paars: violeta, morado
    rood: rojo
    wit: blanco
    geel: amarillo

    familie

    man: esposo, marido
    vrouw: esposa
    kinderen: niños
    zoon: hijo
    dochter: hija
    vader: padre, papá (informal)
    moeder: madre, mamá (informal)
    broer: hermano
    zus: hermana
    opa: abuelo
    oma: abuela
    oom: tío
    tante: tía
    neef (zoon van broer/zus): sobrino
    nicht (dochter van broer/zus): sobrina
    neef/nicht: primo (m), prima (f)
    schoonbroer: cuñado
    schoonzus: cuñada
    schoonvader: suegro
    schoonmoeder: suegra
    schoonzoon: yerno
    schoondochter: nuera

    Richtingen

    links: Izquierda
    rechts: Derecha
    ver: Lejos
    dichtbij: Cerca
    straat: Calle
    laan/weg: Avenida
    noord: Norte
    zuid: Sur
    oost: Este
    west: Oeste

    Ga ook eens naar: Spaanse Woorden van de dag




    top ^

    © Copyright 2010 - Spaans Leren -